Grasonderhoud
Grasonderhoud houdt uw gazon dicht, veerkrachtig en egaal van kleur. Een gezonde grasmat vraagt om ritme: regelmatig maaien, tijdig verticuteren en gericht voeden. Zo voorkomt u vilt- en mosvorming, blijft de groei actief en ontstaat er een dichte zode die beter bestand is tegen droogte, betreding en ziekten.
Maaien
Constante, frequente maaibeurten stimuleren het gras om laag te vertakken en dicht te sluiten. In het groeiseizoen maaien we doorgaans 1–2 keer per week, afhankelijk van temperatuur en neerslag. We hanteren de “één-derde-regel”: nooit meer dan een derde van de sprietlengte in één keer afnemen. Grasranden en obstakelranden worden netjes bijgewerkt voor een strakke afwerking. Mulchmaaien kan in groeikrachtige periodes: fijngesnipperd maaisel fungeert dan als natuurlijke meststof.
Verticuteren
Met verticuteren snijden we vilt (afgestorven grasresten), mos en ondiepe wortels door. Dat geeft licht en lucht in de toplaag, waardoor water en voeding de wortelzone weer bereiken. Het beste moment is het voorjaar (en eventueel najaar). Aansluitend bemesten en doorzaaien (met een passend mengsel) zorgt dat open plekken snel dichtgroeien en de zode elk jaar voller wordt.